Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | Gemeente Leeuwarderadeel |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2006 |
| Citeertitel | Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2006 |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) | |
| Onderwerp | bestuur en recht |
| Opmerkingen m.b.t. de regeling | De verordening Voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden wordt ingetrokken. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2007 en werkt voor wat betreft de artikelen 1 tot en met 11 terug tot en met 16 maart 2006 en voor wat betreft de artikelen 12 tot en met 18 ten aanzien van de op 26 april 2006 beëdigde wethouders terug tot en met de dag van hun beëdiging. De artikelen 19 tot en met 21 werken voor zover het betreft de leden van de raad en commissieleden terug tot en met 16 maart 2006. De artikelen 19 tot en met 21 werken voor zover het de op 26 april 2006 beëdigde wethouders betreft terug tot en met de dag van hun beëdiging. Datum ondertekening inwerkingtredingbesluit 30-11-2006 Bron ondertekening inwerkingtredingbesluit Stienser Omroeper,11-12-2006,2006/50 |
| Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) | Geen. |
| Betreft (aard van de wijziging) | nieuwe regeling |
| Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling | 01-01-2007 |
| Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling | |
| Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling | 30-11-2006 |
| Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling | Stienser Omroeper,11-12-2006,2006/50 |
| Kenmerk voorstel | Onbekend. |
| Archiefnummer |
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
- Gemeentewet, artikel 44, lid 1
- Gemeentewet, artikel 44, lid 3
- Gemeentewet, artikel 95
- Gemeentewet, artikel 96
- Gemeentewet, artikel 97
- Gemeentewet, artikel 98
- Gemeentewet, artikel 99
- Gemeentewet, artikel 147
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerkingtreding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 01-01-2007 | nieuwe regeling | 30-11-2006 Stienser Omroeper,11-12-2006,2006/50 |
Onbekend. |
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I Begripsomschrijvingen
- Hoofdstuk II Voorzieningen voor raadsleden
- Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden
- Artikel 3 Onkostenvergoeding
- Artikel 4 Berekening en betaling vaste vergoedingen
- Artikel 5 Reiskosten
- Artikel 6 Verblijfkosten
- Artikel 7 Cursus, congres, seminar of symposium
- Artikel 8 Spaarloonregelinq
- Artikel 9 Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid
- Artikel 10 Compensatie korting werkloosheidsuitkering
- Artikel 11 Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad
- Hoofdstuk III Voorzieningen voor wethouders
- Artikel 12 Onkostenvergoeding
- Artikel 14 Zakelijke reiskosten
- Artikel 15 Verblijfkosten
- Artikel 16 Cursus, congres, seminar of symposium
- Artikel 17 Spaarloonregeling / levensloopregeling
- Artikel 18 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten
- Hoofdstuk IV De procedure van declaratie
- Artikel 19 Betaling van kosten
- Artikel 20 Declaratie van vooruit betaalde kosten
- Artikel 21 Rechtstreekse facturering bii de gemeente
- Hoofdstuk V Citeertitel en inwerkingtreding
VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS EN RAADSLEDEN
De raad van de gemeente Leeuwarderadeel
gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet, gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het rechtspositiebesluit raadsleden,
besluit vast te stellen de volgende verordening
Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2006
Hoofdstuk I Begripsomschrijvingen
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet;
Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243;
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;
Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;
Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993, Stb. 144;
Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;
raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;
Verplaatsingskostenbesluit 1989: het Koninklijk Besluit van 6 oktober 1989, Stb. 424;
griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;
gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet.
Hoofdstuk II Voorzieningen voor raadsleden
Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden
Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.
Artikel 3 Onkostenvergoeding
Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, derde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.
Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.
Artikel 4 Berekening en betaling vaste vergoedingen
Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.
De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.
Artikel 5 Reiskosten
Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.
De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:
bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;
bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders.
Artikel 6 Verblijfkosten
De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders.
Artikel 7 Cursus, congres, seminar of symposium
De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.
Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap.
Artikel 8 Spaarloonregelinq
Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.
Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.
Artikel 9 Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid
Op aanvraag verlaagt het college de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, in het geval een raadslid een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
Artikel 10 Compensatie korting werkloosheidsuitkering
In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs-en onderzoekspersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
Artikel 11 Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad
Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de waarneming.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.
Hoofdstuk III Voorzieningen voor wethouders
Artikel 12 Onkostenvergoeding
Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.
Artikel 13 Reiskosten woon-werkverkeer
De wethouder wordt voor het reizen tussen zijn woning en zijn plaats van tewerkstelling een tegemoetkoming in de kosten van het reizen verleend overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van de Regeling rechtspositiebesluit wethouders.
Artikel 14 Zakelijke reiskosten
Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 15 vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 15 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt.
De vergoeding betreft:bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de reiskosten;
bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders;
een vergoeding van noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte kosten.
Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de eerste volzin is vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder plaats overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling binnenland, artikel 2a van de Reisregeling buitenland en artikel 13a van de krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde Verplaatsingskostenregeling 1989.
Artikel 15 Verblijfkosten
De wethouder worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke verblijfkosten ter zake van reizen, bedoeld in artikel 16 volledig vergoed.
Artikel 16 Cursus, congres, seminar of symposium
De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.
De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder.
Artikel 17 Spaarloonregeling / levensloopregeling
De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.
Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.
Artikel 18 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten
De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:
reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders;
verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders.
Hoofdstuk IV De procedure van declaratie
Artikel 19 Betaling van kosten
Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door
betaling uit eigen middelen; of
rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of
Artikel 20 Declaratie van vooruit betaalde kosten
Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 16, 18, 19, 24 en 27 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald.
Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid dient het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.
Artikel 21 Rechtstreekse facturering bii de gemeente
De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 18, 10, 20 en 24 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente.
Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.
Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaar.
Hoofdstuk V Citeertitel en inwerkingtreding
Artikel 22 Intrekking oude regeling
De verordening Voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden wordt ingetrokken.
Artikel 23 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2007 en werkt voor wat betreft de artikelen 1 tot en met 11 terug tot en met 16 maart 2006 en voor wat betreft de artikelen 12 tot en met 18 ten aanzien van de op 26 april 2006 beëdigde wethouders terug tot en met de dag van hun beëdiging. De artikelen 19 tot en met 21 werken voor zover het betreft de leden van de raad en commissieleden terug tot en met 16 maart 2006. De artikelen 19 tot en met 21 werken voor zover het de op 26 april 2006 beëdigde wethouders betreft terug tot en met de dag van hun beëdiging.
Artikel 24 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2006.
Aldus besloten door de raad voornoemd in zijn openbare vergadering van 30 november 2006
de griffier, | de voorzitter, |
|
|
(A.G.M. Rutten) | (drs. E.J. ter Keurs) |