Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u geldende Algemeen Verbindende Voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Leeuwarderadeel. De complete tekst, waarin alle wijzigingen zijn verwerkt, is gepubliceerd. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in De Stienser Omroeper heeft een officieel karakter.

  

Aansluitverordening riolering Leeuwarderadeel 2010

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Leeuwarderadeel
Officiële naam regeling Aansluitverordening riolering Leeuwarderadeel 2010
Citeertitel Aansluitverordening riolering Leeuwarderadeel 2010
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)
Onderwerp financiën en economie
Opmerkingen m.b.t. de regeling Het betreft een nieuwe regeling
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 04-06-2010
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 20-05-2010
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling Stienser Omroeper, 31 mei 2010
Kenmerk voorstel 20 mei 2010
Archiefnummer 2010/7

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 149
  2. Gemeentewet, art. 221, lid 1

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
04-06-2010 nieuwe regeling 20-05-2010
Stienser Omroeper, 31 mei 2010
20 mei 2010

De raad van de gemeente Leeuwarderadeel; 

Nr. 2010/7 

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarderadeel ; 

 

gelet op de artikelen 149 en 229 eerste lid, onder b van de Gemeentewet; 

 

B E S L U I T : 

 

tot het vaststellen van “de aansluitverordening riolering Leeuwarderadeel 2010”; 

ARTIKEL 1

Definities 

Gemeentelijke riolering: 

de bij de gemeente als behorende tot het gemeentelijke rioolstelsel in beheer zijnde rioolleidingen met de daartoe behorende gemalen en bedieningsorganen en het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater; 

Gemengd stelsel: 

rioolstelsel waarbij het regenwater van daken en wegen en het afvalwater van gebouwen en bouwwerken via één leiding wordt afgevoerd; 

Gescheiden stelsel: 

rioolstelsel waarbij het regenwater van daken en wegen en het afvalwater van gebouwen via afzonderlijke leidingen wordt afgevoerd; 

Eigendom: 

een roerende of onroerende zaak; 

Bebouwde kom: 

het gebied dat als zodanig is aangegeven op de kaart behorende bij de bouwverordening; 

Buitengebied: 

alle gemeentelijke grondgebieden buiten de bebouwde kom; 

Rechthebbende: 

a. de eigenaar of zakelijk gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting op het openbaar riool wordt gerealiseerd en in stand gehouden; 

 

b. de rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van de onder 1 bedoelde personen.  

Perceelaansluitleiding: 

de leidingen inclusief voorzieningen, in beheer bij de gemeenten, vanaf het aansluitpunt tot aan het openbaar riool; 

Particuliere afvoerleiding:  

de leidingen in beheer bij de rechthebbende, gelegen op het perceel van de rechthebbende, tot aan het aansluitpunt. 

ARTIKEL 2

Belastbaar feit 

Onder de naam "eenmalig rioolaansluitrecht" wordt een recht geheven ter zake van het genot van, door of vanwege de gemeente verstrekte diensten in verband met: 

  1. het tot stand brengen van een directe of indirecte aansluiting van een eigendom buiten de bebouwde kom op de gemeentelijke riolering; 

  2. het tot stand brengen van een directe of indirecte aansluiting van een eigendom binnen de bebouwde kom op de gemeentelijke riolering; 

ARTIKEL 3

Belastingplicht 

Het recht wordt geheven van de rechthebbende van de dienst dan wel degene ten 

behoeve van wie de dienst is verleend. 

ARTIKEL 4

Zelfstandige gedeelten 

Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld eigendom blijkens hun indeling 

bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de rechten 

geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat 

indien deze tezamen als één geheel zijn te beschouwen, deze als één eigendom 

worden aangemerkt. 

ARTIKEL 5

Maatstaf van heffing 

Het recht wordt geheven per eigendom, met dien verstande dat meer dan één 

eigendom in één kennisgeving kan worden begrepen. 

ARTIKEL 6

Tarieven 

  1. Het recht bedraagt voor eigendommen buiten de bebouwde kom waar een nieuw rioolstelsel wordt aangelegd € 1.850,-- (inclusief BTW).  

  2. Voor eigendommen binnen de bebouwde kom, waarbij sprake is van het aansluiten op een bestaande situatie, worden de door of vanwege de gemeente verstrekte diensten tegen verrekening van de kostprijs uitgevoerd. Een uitzondering hierop vormt de situatie waarbij de verrekening van de aansluitkosten van de riolering is verwerkt in de exploitatieovereenkomst dan wel de grondprijs. 

ARTIKEL 7

Wijze van heffing 

De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving 

waarop het gevorderde bedrag is vermeld. 

ARTIKEL 8

Termijnen van betaling 

Het recht moet worden betaald in 5 gelijke maandelijkse termijnen gerekend vanaf de dagtekening van de kennisgeving, tenzij anders wordt overeengekomen, 

ARTIKEL 9

Onderhoud, vernieuwing en verandering 

  1. Het onderhoud, de vernieuwing dan wel de verandering van de perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en voor rekening van de gemeente, tenzij het aannemelijk is dat de betreffende onderhoudswerkzaamheden dan wel werkzaamheden in het kader van vernieuwing of verandering dienen te worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van de particuliere afvoerleiding, in welk geval de kosten voor rekening van de rechthebbende of veroorzaker komen. 

  2. Onder vernieuwing wordt tevens begrepen het aanpassen van de perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het gemeentelijk rioolstelsel. 

  3. Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen: 

    1. het via deze aansluiting lozen van stoffen die, vanwege hun aard en samenstelling, verstoppingen in de aansluitleiding of het openbaar riool veroorzaken; 

    2. het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun aard of concentratie, de constructie van de aansluitleiding aantasten. 

  4. De kosten voor het onderhoud van de particuliere afvoerleiding komen voor rekening van de rechthebbende, tenzij onomstotelijk vaststaat dat de noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit het openbaar riool dan wel andere oorzaken zoals wortelingroei of vernietiging van de leiding. 

ARTIKEL 10

Storingen 

  1. Bij een verstopping of een andere storing in de aansluiting graaft de rechthebbende het 

  2. controleputje op en onderzoekt of het een verstopping of andere storing betreft in de particuliere afvoerleiding of in de perceelaansluitleiding. 

  3. Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek wordt vermoed, dat sprake is van een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding of van een verstopping of storing als gevolg van inspoeling vanuit het openbaar riool, neemt de rechthebbende contact op met de feitelijk beheerder van het riool voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden. 

  4. Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt, dat sprake is van een verstopping of storing in de particuliere afvoerleiding, dient de rechthebbende deze verstopping zelf te verhelpen. Alle hierbij betrokken kosten komen voor rekening van de rechthebbende. 

  5. Bij het door de gemeente verrichten van de in lid 2 bedoelde werkzaamheden dient de rechthebbende, voordat met de werkzaamheden wordt gestart, tevoren schriftelijk akkoord te gaan met de voorwaarde dat de kosten van de werkzaamheden bij hem in rekening worden gebracht indien blijkt dat deze kosten op grond van artikel 9 voor zijn rekening zijn. 

ARTIKEL 11

Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders 

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met 

betrekking tot de heffing, invordering en kwijtschelding van het recht overeenkomstig de bestaande systematiek. 

ARTIKEL 12

Inwerkingtreding en citeertitel 

  1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de vijfde dag na die van bekendmaking. 

  2. Deze verordening kan worden aangehaald als "aansluitverordening riolering Leeuwarderadeel 2010”. 

 

Aldus besloten door de raad voornoemd 

in zijn openbare vergadering van 20 mei  2010

 

de griffier, 

de voorzitter, 

 

 

 

 

(mw. mr. G.J. Olthof) 

 (drs .E.J. ter Keurs)